Groningen Congres Bureau

Juweeltje in het noeste land

Op de noordelijke uitloper van de Hondsrug, tussen de klei en het veen, ligt de hoofdstad van het noorden. In de schaduw van d’Olle Grieze zorgen stadjers en studenten voor een aangename ontvangst.

‘Ain pronkjewail in golden raand, is Grönnen, Stad en Ommelaand.

In 1919 bezongen de inwoners van Groningen reeds de pracht van hun stad in het eigen volkslied. Bijna een eeuw later hebben ze hun ‘pronkjuweeltje’ nog even lief. Vorig jaar bleek dat Groningers het gelukkigst zijn in hun woonplaats. Lopend over de statige Preadiniussingel, door het keurige Noorderplantsoen en langs de kroegjes in de Kromme Elleboog, begrijp je meteen waarom.

Toch roept Groningen niet bij iedereen warme gevoelens op. “Moet je dáár helemaal heen? Hoe lang gaat dat niet duren?” Het zal eenieder die met enige regelmaat de trein naar het noorden pakt bekend in de oren klinken. Meelijwekkende blikken van medepassagiers geven je het gevoel de Nederlandse versie van Philippe Abrams te zijn. Deze hoofdpersoon in de Franse komedie Bienvenue chez les Ch’tis wordt voor zijn werk overgeplaatst naar Bergues, in het uiterste noorden van Frankrijk. Iedereen uit zijn Zuid-Franse omgeving ziet alles ten noorden van Parijs als een ware hel. Het weer in ‘Le Nord’ zou erbarmelijk zijn, de bewoners lompe, onverstaanbare, frietetende alcoholisten. Bij aankomst ontmoet Abrams echter niets dan gastvrijheid. Bergues blijkt een zoete vrucht in een ruw schilletje, en lijkt daarmee wel een beetje op Groningen. Immers, de wint waait er altijd net iets harder over het kale land, de lucht is er net een paar graden kouder en het dialect mist de vriendelijkheid van de zachte ‘g’ in de zuidelijke provincies. “Dou er ook moar wat van dat knienevreten bie”, zal een echte Stadjer – zoals de bewoners van Groningen ook wel worden genoemd – zeggen als hij wat salade naast zijn lapje vlees wenst. En in plaats van ‘verzadigd te zijn’, ‘knapt de pokkel zowat’.

Van dit ruwe imago blijft echter weinig over zodra de imposante Martinitoren aan de horizon zichtbaar wordt. Aan de voet van de d’Olle Grieze, zoals inwoners haar liefkozend noemen, bloeien kunst, cultuur en wetenschap. De koopkracht van inwoners van Groningen behoort tot de hoogste binnen Europa. De stadjers blijven er uiteraard nuchter onder. Nergens kun je beter van de Groningse gezindheid genieten als op de Vismarkt. Op zaterdag trekken velen naar het rechthoekige plein aan de voet van de Korenbeurs om verse vis, groenten, of “’n puut eerappels veur drij euro”, op de kop te tikken. Bij de viskraam van André Smit op de hoek wordt de vette haring aan de staart opgegeten, terwijl in het tegenover liggende Huis de Beurs studenten koffie drinken bij pianomuziek.

 

Groningen is met 190.000 inwoners, waarvan 50.000 studenten, demografisch de jongste stad van Nederland. Dit is goed te merken in het stadsbeeld: jonge twintigers serveren het eten in de talloze restaurantjes in de Poelestraat, proberen je een abonnement aan te praten op het Waagplein of spoeden zich tussen het winkelend publiek in de Kijk in ’t Jat straat door naar het Academiegebouw. Dit monumentale gebouw is de trots van de Rijksuniversiteit Groningen. De trappen zitten ’s zomers vol studenten, die af en toe plaats moeten maken als een kersverse doctorandus op de treden wil poseren.

De aangename atmosfeer wordt goed voelbaar wanneer de borrelglazen op tafel komen en de feestlichten in de Drie Gezusters hun kleurige schijnsel over de Grote Markt werpen. Het uitgaansleven van Groningen geniet landelijke bekendheid, niet in de laatste plaats omdat de kroegen geen vaste sluitingstijd hebben. Toch is het vooral de bloeiende muziekscene waar de stad hoge ogen mee gooit. Een succesvol voorbeeld van de levendige popcultuur is Vera in de Oosterstraat. Onder andere U2, Nirvana en Pearl Jam traden hier op voor ze internationaal doorbraken. Nog steeds verwelkomt het poppodium veelbelovende musici en dj’s. Ook Simplon, de voormalige regenjassenfabriek aan het Boterdiep, heeft sterk bijgedragen aan de bandjescultuur. Jaarlijks terugkerende festivals als Eurosonic en Noorderslag maken het imago als muziekstad compleet.

Niet alleen op muziekaal gebied kent Groningen een bewogen geschiedenis. In de veertiende eeuw sloot de stad zich aan bij het Hanzeverbond, een samenwerkingsverband van kooplieden in noordelijk Europa. Door de verbinding met open zee via het Reitdiep ontstond een belangrijk knooppunt voor de overslag van goederen. Langs de kade aan weerszijden van de A, die dwars door de binnenstad loopt, herinneren oude pakhuizen aan het rijke handelsverleden.

Hoe Groningen ook haar best doet een moderne stad te zijn – of zoals de VVV zelf graaf zegt: “een stijlbewuste stad met lef”- de moderniteit wordt altijd bedekt door een dunne romantische deken. Het nieuwe stadsbalkon dat in 2007 werd opgetrokken, ligt een beetje lomp tegenover de fraaie historische stationshal, het moderne studentencomplex Zernike valt net buiten de centrumring en de Euroborg kan voorlopig nog niet tippen aan de charme van het voormalige stadion in de Oosterparkwijk. Deze wijk, met haar schippershuisjes en monumentale boerderijtjes in ‘het Blauwer Dorp’, was tot 2006 de thuisbasis van de trots van Groningen, de ‘FC’.

Wie het Hoendiep in zuidelijke richting volgt, komt uit bij een ander pronkstuk van de stad: het Paterswoldse meer. Een prachtig gebied om te fietsen, zeilen of andere watersporten te beoefenen. Maar vooral in de zomer, zodra de temperatuur het toelaat, trekken de stadjers massaal naar het zuiden om de handdoek uit te spreiden op het gras langs eens uitloper van het meer. Met haar brede strand en lange aanlegplaats is de Hoornse Plas de Costa del Sol van Groningen. En waarom zou je dan nog naar Zuid-Frankrijk willen afreizen? Of, zoals het Groningse duo Rooie Rinus en Pé Daalemmer het bezong: Mien vraauw dai mos zo neudig noar de middellandse zee, bakken an het strand van costa pesetas. Nou ik bleef laiver thoes bie de…Hoornse Plas.

Bron: DvhN